De bouwvoorschriften schrijven voor dat in gebouwen routes aanwezig moeten zijn die niet alleen dienen voor de ontsluiting van het gebouw in verticale en horizontale richting, maar in geval van brand ook een mogelijkheid tot redding bieden. Daarom is het verplicht om gebouwen uit te rusten met ten minste één bouwkundige vlucht- en reddingsweg. Installaties in dit gebied mogen geen extra vuurbelasting vormen. Aan deze eis moet worden voldaan door middel van passende installatietypen, bijvoorbeeld door montage boven een verlaagd plafond.

Wanneer de gangen worden gebruikt voor de aanleg van de volledige gebouwtechniek, worden niet zelden verlaagde brandwerende plafonds toegepast. De systemen die zijn getest op brandbelasting van boven en beneden schermen de ontstane ruimte boven het verlaagde plafond met alle installaties brandveilig af. Bij brand in de geïnstalleerde kabels kan de vlucht- en reddingsweg daardoor toegankelijk blijven. Wel moet worden gewaarborgd dat de verlaagde plafonds niet extra mechanisch worden belast door bijvoorbeeld vallende kabels of delen van het draagsysteem.

Daarom worden voor de elektrotechnische installatie boven verlaagde brandwerende plafonds in vlucht- en reddingswegen speciaal geteste kabeldraagsystemen en bevestigingssystemen toegepast. Voor deze systemen is aangetoond dat zij ook bij hoge mechanische belastingen in geval van brand standvastig blijven. Ondanks extreme temperaturen blijven de componenten gedurende een bepaalde tijd stabiel en vallen zij niet naar beneden. De brandwerende plafonds zijn bovendien bestand tegen brand van onderaf en voorkomen zo branduitbreiding via de brandbare installaties in de lengterichting van de gang.

Het uitgebreide OBO-brandbeveiligingsportfolio biedt speciaal voor de ruimte boven verlaagde plafonds geteste en goedgekeurde kabeldraagsystemen en bevestigingssystemen.