BET Testcentrum

Waar brute krachten doelgericht worden ingezet.

BET Testcentrum: beproefde kwaliteit

OBO-producten staan voor de hoogste kwaliteit. Om deze kwaliteit te waarborgen, vertrouwen we naast uitgebreide externe tests op ons eigen BET Testcentrum. Hier worden de kwaliteit, belastbaarheid en draagkracht van OBO-producten getest in uitgebreide proeven en tests. Onze hooggekwalificeerde specialisten testen hier onder andere bliksembeveiligingscomponenten, bliksembeveiligingsconstructies en overspanningsbeveiligingsapparaten. Ook de gevolgen van blikseminslagen worden hier vanuit wetenschappelijk oogpunt onderzocht.

Een ander belangrijk onderdeel is de draagkracht en belastbaarheid van kabeldraagsystemen. De ultramoderne testinstallaties in het OBO Testcentrum maken belastingssimulaties van meerdere tonnen mogelijk. De OBO-testingenieurs voeren hier niet alleen tests uit tijdens de productontwikkeling, maar ook in het kader van certificeringen, afhankelijk van de behoefte of opspeciaal verzoek van de klant.

Ook de belastbaarheid van ondervloersystemen wordt in het BET Testcentrum nauwkeurig getest.

De volgende tests worden uitgevoerd door OBO in het BET Testcentrum:

  • Elektromagnetische eigenschappen van kabelmanagementsystemen: testen conform DIN/CLC/TS 50659
  • Ondervloersystemen: tests volgens DIN / EN / IEC 61084-2-2
  • Kabeldraagsystemen: tests volgens DIN / EN / IEC 61537
  • Overspanningsbeveiligingsapparaten: tests volgens DIN / EN / IEC 61643
  • Bliksembeveiligingscomponenten: tests volgens DIN / EN / IEC 62561

Elektromagnetische eigenschappen van kabelmanagementsystemen

Tests volgens DIN / CLC/TS 50659

Elektrisch geleidende, metalen kabelmanagementsystemen die in de potentiaalvereffening zijn opgenomen, schermen de daarin geïnstalleerde kabels en leidingen af tegen elektromagnetische storingsvelden.
De effectiviteit van de afscherming tegen magnetische velden wordt bepaald door de afschermende werking van kabelmanagementsystemen en gemeten volgens hoofdstuk 4 van DIN / CLC/TS 50659. Hiervoor wordt in een vastgelegde opstelling de storingsstroom gemeten die door het magnetische veld van een impulsstroom in een geleiderlus wordt geïnduceerd. De magnetische afschermende werking van een kabelmanagementsysteem bedraagt dan 20 maal de logaritme van de verhouding tussen de storingsstroom in de geleiderlus zonder kabelmanagementsysteem en de storingsstroom in de geleiderlus wanneer deze zich in het kabelmanagementsysteem bevindt.

De overdrachtsimpedantie is een andere eigenschap van elektrisch geleidende, metalen kabelmanagementsystemen die wordt gebruikt om de elektromagnetische storing te beoordelen.

Deze wordt bepaald door de verhouding tussen de spanningsval langs een vastgelegde opstelling en de storingsstroom die door deze opstelling vloeit. De daarbij optredende spanningsval is een combinatie van de spanningsval die als gevolg van de storingsstroom in het kabelmanagementsysteem langs de opstelling optreedt en de spanningsval die door deze storingsstroom wordt geïnduceerd in een kabel die in het kabelmanagementsysteem is geïnstalleerd. De meting van de overdrachtsimpedantie wordt uitgevoerd volgens hoofdstuk 5 van DIN / CLC/TS 50659.

Ondervloersystemen

Tests volgens DIN / EN / IEC 61084-2-2

Ondervloersystemen moeten soms bestand zijn tegen hoge belastingen en moeten daarom hun belastbaarheid, duurzaamheid en veiligheid aantonen. In het BET Testcentrum worden ze mechanisch belast volgens DIN / EN / IEC 61084-2-2. De Europese norm legt eisen en tests voor elektro-installatiekanaalsystemen vast. 

Afhankelijk van het product en de betreffende paragraaf van de norm worden bij de test verschillende vormen en oppervlakken gebruikt. De testinstallatie registreert daarbij de werkelijke drukkracht en de bijbehorende vervorming van het systeem en de componenten ervan. De testinstallatie heeft een interne testruimte van 0,7 m x 0,7 m en kan een drukkracht tot 50 kN genereren. 

Kabeldraagsystemen

Tests volgens DIN / EN / IEC 61537

Om de draagkracht van kabeldraagsystemen (KTS) te waarborgen, schrijft DIN / EN / IEC 61537 tests voor de veilige werkbelasting (SWL) voor en definieert deze norm de bijbehorende testvoorwaarden. Voor het uitvoeren van deze tests beschikt het BET Testcentrum over een eigen KTS-testinstallatie. Deze is door OBO Bettermann zelf ontwikkeld en in de loop der jaren continu uitgebreid en aangepast aan nieuwe eisen en omstandigheden.

Kabeldraagsystemen worden gemonteerd volgens de DIN / EN / IEC 61537. Afhankelijk van de lengte van het testveld worden de testobjecten met behulp van twee hydraulische cilinders met een totale trekkracht van 7 ton en met de te dragen belasting belast. De daarbij optredende vervormingen worden met verplaatsingssensoren geregistreerd en samen met de aanwezige kracht in kN/m gedocumenteerd. Als het kabeldraagsysteem de belasting met succes heeft doorstaan, wordt deze ter beveiliging tegen bezwijken met een factor 1,7 verhoogd. De vervorming in verhouding tot de belasting wordt daarbij verder geregistreerd.

Met de KTS-testinstallatie zijn tests met belastingen van 0,05 kN/m tot 4,9 kN/m mogelijk. Daarbij kunnen volgens DIN / EN / IEC 61537 de volgende tests worden uitgevoerd: horizontaal en verticaal vlak, horizontale lengterichting volgens hoofdstuk 10.3, 10.4 en 10.5, met steunafstanden:

  • tot 7 m als tweeveldliggerconstructie
  • tot 15 m als enkelveldliggerconstructie

Kabeldgoot- of kabelladdersystemen en afzonderlijke elementen die deze systemen dragen (bijvoorbeeld consoles en ophangconstructies) worden volgens DIN / EN / IEC 61537 aan een veilige werkbelasting onderworpen. Tijdens de test registreert de KTS-testinstallatie de werkelijke kracht en de bijbehorende vervorming. De testinstallatie is ontworpen voor een trekkracht van 25 kN.

De mechanische sterkte van kabelgootsystemen en kabelladdersystemen wordt getest door een slagproef met een slingerhamer. Het slingerhamertestapparaat in het BET Testcentrum kan testen tot 50 J.  Volgens DIN / EN / IEC 61537 is een dergelijke test voor metalen systemen niet vereist.

Een andere test die in het BET Testcentrum kan worden uitgevoerd, is de test van de elektrische geleidbaarheid van kabeldraagsystemen en kabelladdersystemen volgens hoofdstuk 11 van DIN / EN / IEC 61537. Deze test dient ter waarborging van de potentiaalvereffening en de verbinding met de aarde.

Systeemcomponenten die volgens de testnorm DIN / EN / IEC 61537 niet onder een corrosieklasse vallen, kunnen worden getest in een zoutnevelsproeitest in de zoutnevelkamer. De neutrale zoutneveltest (NSS) volgens ISO 9227 maakt een beoordeling mogelijk van de corrosiebestendigheid bij niet-geclassificeerde corrosiebescherming. Deze test wordt ook vaak gebruikt voor vergelijkende tests van vergelijkbare typen corrosiebescherming.

Overspanningsbeveiligingen

Tests volgens DIN / EN / IEC 61643

De normenreeks DIN / EN / IEC 61643 schrijft verschillende prestatie- en veiligheidstests voor om de afleidcapaciteit en correcte werking van overspanningsbeveiligingsapparaten (SPD's) aan te tonen. Deze testen waarborgen ook de veiligheid van SPD's in geval van systeemuitval.

Met de bliksemstroomgenerator in het BET Testcentrum kunnen de prestaties en afleidingscapaciteit van SPDs van de typen 1 en 2 worden getest. De generator genereert stroomimpulsen van 8/20 en 10/350 tot maximaal 200 kA. De bliksemstroomgenerator bevat een ohms-capacitief differentiaalspanningsdelersysteem dat spanningen tot 10 kV meet.

Voor de werkingstest is tevens een wisselstroombron beschikbaar, die parallel aan de bliksemstroomgenerator is aangesloten en prospectieve kortsluitstromen tot 3,5 kA bij 190 V en 255 V en tot 1,5 kA bij 440 V kan leveren.

Onze hybride generatoren kunnen tot 24 kV (1,2/50) / 12 kA (8/20) leveren. Door toevoeging van een weerstand van 498 Ω kunnen bij schakelende en gecombineerde SPD's volgens de normenreeks DIN / EN / IEC 61643 metingen van de aanspreekstootspanning worden uitgevoerd.

Er kunnen totale afleidingsstroommetingen worden uitgevoerd op SPDs met maximaal 4 stroomvoerende leidingaansluitingen. Met het aanwezige meetsysteem kan de stroom door elke stroomvoerende leiding worden gemeten tot 60 kA voor stroomimpulsen van 8/20 en 10/350.

Begrenzingsspanningen en lekstromen kunnen ook in het BET Testcentrum worden getest.

Bliksembeveiligingscomponenten

Tests volgens DIN / EN / IEC 62561

De normenreeks DIN / EN / IEC 62561 schrijft verschillende tests voor, zoals tests met bliksemstootstromen, elektrische en mechanische tests en omgevingstests. Hiermee wordt aangetoond dat de componenten van een bliksembeveiligingssysteem over voldoende bestendigheid tegen bliksemstootstromen en omgevingsinvloeden beschikken.

De volgende tests zijn mogelijk met de testinstallaties van het BET Testcentrum:

In de zoutnevelkast en het Kesternich-apparaat kunnen de conditioneringstests (verouderingstests) die vereist zijn volgens de DIN / EN / IEC 62561-serie, worden uitgevoerd. De in IEC 60068-2-52 beschreven cyclische zoutnevelsproeitest (scherptegraad 2) kan worden uitgevoerd met de zoutnevelkast. De behandeling in een vochtige, zwavelhoudende atmosfeer volgens ISO 22479 wordt uitgevoerd in het Kesternich-apparaat.

Met de bliksemstroomgenerator kunnen bliksemstroomtests volgens de normenreeks DIN / EN / IEC 62561 met stromen tot 200 kA en golfvormen van 10/350 en 8/20 worden uitgevoerd. Zo kunnen componenten van bliksembeveiligingssystemen, zoals verbindingscomponenten, geleidermaterialen, scheidingsvonkbruggen, bliksemtellers en componenten voor geïsoleerde bliksembeveiligingssystemen, worden getest.

Ook andere elektrische tests, zoals het testen van de contactweerstand of de specifieke elektrische weerstand van geleidermaterialen en het meten van de isolatieweerstand, kunnen met verschillende meetmethoden worden uitgevoerd.

Met de hybride generator kunnen contactspanningstests tot 24 kV (1,2/50) en stroomimpulsen tot 12 kA (8/20) worden uitgevoerd.

Met de hoogspanningstestapparaten zijn bovendien spanningsstijgingen van 100 V/s tot 5 kV AC en tot 6 kV DC mogelijk.

Daarnaast kunnen verschillende mechanische tests worden uitgevoerd, zoals slagproeven met de slingerhamer.

AAls beslissingsregel voor de wijze waarop bij conformiteitsverklaringen met betrekking tot een specifieke eis rekening wordt gehouden met de meetonzekerheid, geldt: conformiteitsverklaringen worden beoordeeld volgens IEC Guide 115, tenzij in de toegepaste testnorm anders is bepaald.