
Constructieve en functionele specificaties van kabeldraagsystemen
Kabeldraagsystemen zijn essentiële onderdelen van een veilige en efficiënte elektrotechnische installatie. Deze zijn niet alleen bedoeld voor de geordende installatie en bevestiging van kabels, maar moeten ook bestand zijn tegen uiteenlopende mechanische en milieutechnische belastingen. De keuze van het juiste systeem hangt af van verschillende factoren zoals materiaal, corrosiebescherming en toepassingsomgeving. Wij leggen de belangrijkste constructieve en functionele eigenschappen van kabeldraagsystemen uit - van de toegepaste materialen, de oppervlaktecoating tot en met de beschermingsmaatregelen tegen corrosie.
FAQ – principes kabeldraagsystemen
Wat is een kabeldraagsysteem?
Waar worden kabeldraagsystemen geïnstalleerd?
Van welke materialen zijn kabeldraagsystemen gemaakt?
Uit welke onderdelen bestaat een kabeldraagsysteem?
Welke verschillende kabeldraagsysteem zijn er?
Waarvoor zijn hulpstukken bedoeld?
Wat zijn draagelementen?
Waarvoor worden montage-elementen gebruikt?
Welke toebehoren zijn er?
Wat is de steunafstand?
Zijn externe bevestigingselementen onderdeel van het kabeldraagsysteem?
Corrosie en corrosiebescherming
Over het algemeen wordt onderscheid gemaakt tussen de volgende corrosiemechanismen:
Oppervlaktecorrosie
- Onbeschermd, niet gelegeerd staal oxideert op het oppervlak onder invloed van vocht en zuurstof
- Klassieke roestvorming op staal
- Wanneer het roesten plaatselijk is begrensd, spreekt met van put- of pitcorrosie

Contact- of bimetaalcorrosie
- Wordt veroorzaakt door verschillende elektrochemische potentialen van twee metalen (bijv. zink en VA)
- Onderscheid tussen edele en onedele metalen
- Edelmetalen: elektrochemisch potentiaal > 0
- Onedele metalen: elektrochemisch potentiaal < 0
- De onedele partner oxideert
- Oppervlakteregel aanhouden:
- Gunstige verhouding: onedel groot, edel klein
- Ongunstig verhouding: edel groot, onedel klein

Spleetcorrosie
- Het betreft hier ongelegeerd staal en roestvast staal (dat geldt ook wanneer de spleet door kunststof op staal wordt veroorzaakt)
- Veroorzaakt door vocht in nauwe spleten (< 1 mm)
- Het elektrolyt in de spleet "verzuurt" (d.w.z. de pH-waarde wordt lager), elektrolyt aan de buitenkant wordt alkalisch (d.w.z. de pH-waarde wordt hoger)
- Er worden reactieproducten gevormd, die uiteindelijk als roest zichtbaar worden en de spleet uithollen

Putcorrosie bij roestvaste stalen
- De passieve laag van het roestvast staal wordt, met name door chloride, verstoord
- Plaatselijk kan putvormige corrosie ontstaan, die het staal ter plaatse uitholt
- Bovendien kan spanningsscheurcorrosie ontstaan, wanneer spanningen in het materiaal aanwezig zijn (materiaal scheurt)

Corrosie van verzinkingen
- Na enkele dagen vormt zink met koolstof uit de lucht een beschermende laag zinkcarbonaat.
- Wanneer het zinkoppervlak aan vocht wordt blootgesteld, vormt zich witte roest voordat de deklaag zich kan vormen.
- Zink is met name gevoelig voor de corrosie, wanneer zouten aanwezig zijn (meestal chloride, sulfaat). Dan wordt het zink zeer snel aangetast, zodat het staal niet langer beschermd is

Spanningsscheuren metalen

| klein/groot | Zn (FS en FT) | Al | Cu | VA | Messing |
|---|---|---|---|---|---|
| Zn (FS en FT) | x | x | |||
| Al | x | x | |||
| Cu | |||||
| VA | |||||
| Messing |
- Geen tot matige corrosie
- Matige corrosie
x Ernstige corrosie
Voorwaarde voor corrosie is een geleidend medium dat de metaalcombinatie verbindt. Hoe vochtiger en vervuilder de atmosfeer, hoe sterker de contactcorrosie.
Oppervlakken
G | FS | FT/(DD) |
Galvanisch verzinkt | Thermisch verzinkt | Thermisch verzinkt / (Double-Dip) |
Materialen
A2 | A4 | A5 |
Roestvast staal | Roestvast staal | Roestvast staal |
Speciale oplossingen (op aanvraag)
FTSO | FSK/FTK |
Speciale laagdikte | Kunststof coating |
Oppervlakken
De volgende verzinkingsoppervlakken kunnen voor een betere corrosiebescherming worden aangebracht:
Galvanische verzinking
- Opbrengen van een zinklaag met behulp van een elektrolyseproces (gelijkstroom)
- Standaard laagdikten ca. 5-15 μm
- Nabehandeling in de vorm van een passivering en/of verzegeling is gebruikelijk
Normen: DIN EN ISO 19598 & DIN EN ISO 4042
Toepassingen: Binnen zonder schadelijke stoffen, bijv. kantoren, showrooms – corrosiviteitscategorie conform DIN EN ISO 12944-2: C1
Voorbeelden: draadgoten en verbindingselementen

Bandverzinking
- Bij het proces van de bandverzinking, ook sendzimir-verzinken genoemd, wordt plaatstaal in een continu proces verzinkt
- Materialen: DX51D
- Standaard laagdikten (Z 275) ca. 13-27 μm
- Nabehandeling van de spoel in de vorm van een passivering en/of verzegeling is mogelijk
Normen: DIN EN 10346
Toepassingen: Binnen, waar condensatie kan optreden, bijv. sport- of magazijnhallen – corrosiviteitscategorie conform DIN EN ISO 12944-2: tot C2
Voorbeelden: kabelgoten, deksels

Thermisch verzinken
- Het gevormde product wordt via een dompelproces gecoat
- Materialen: C9D, DC01, DD11, S235JR
- Standaard laagdikten ca. 45-85 μm
Normen: DIN EN ISO 1461
Toepassingen: binnen met zeker vochtigheid en verontreiniging, buiten met matige schadelijke stofbelasting, bijv. wasserijen, stedelijke atmosfeer – corrosiviteitscategorie conform DIN EN ISO 12944-2: tot C3 (elk conform laagdikte tot C4)
Voorbeelden: kabelladders, draadgoten, Gitterrinnen, hangprofielen en consoles

Bandverzinkt zink/aluminium (Double-Dip)
- Zink-aluminium-bekleding conform NEN-EN 10346
- Het te verzinken materiaal doorloopt twee baden: het eerste bevat zuiver zink, het tweede een zink-aluminiumlegering
Normen: DIN EN 10346

Zinklamelcoating
- Verwerking van onbehandeld staal voor kleine onderdelen, zoals schroeven of vulringen
- Aansluitend coaten in dompel-centrifugeerproces met een anorganische, zink- en aluminiumrijke stof
- Laagdikte: 5-20 µm
- Kathodische corrosiebescherming voorkomt kleine krassen bijv. door transport of montage
Normen: DIN EN 13858, DIN EN ISO 10683
Toepassingen: binnen, buiten
Voorbeelden: verbindingselementen, bevestigingselementen

Kunststof coating
- Kunststofcoating door middel van elektrostatisch geladen kunststofpoeder
- Coating wordt uitgevoerd als corrosiebescherming of om decoratieve redenen
- Met name goede hechting door de voorbehandeling van de componenten met verschillende vloeistoffen
- Kunststof poeder van epoxy- en/of polyesterhars en polyurethaan
- Standaard laagdikten ca. 70-100 μm
- Coating van verschillende systeemcomponenten met de volgende oppervlakken mogelijk:
- Bandverzinkt (FS) en thermischverzinkt (FT)
- Galvanisch verzinkt (G) en aluminium (Al)

Normen: DIN 55633/55634
Toepassingen: corrosiebescherming:
- Thermisch verzinkte systeemcomponenten met coating (Duplex)
- Zeer bestand tegen vocht, verontreiniging en chemische invloeden
- Gebouwen met nagenoeg constante condensatie en met sterke verontreinigingen
- Corrosiviteitscategorie conform DIN EN ISO 12944-2: tot C5
Decoratieve redenen:
- Bijzondere optische voorschriften, passend bij de kleuren van het gebouw
- Kleurscheiding, bijv. toekennen van verschillende functies
- Leverbaar in alle RAL-kleuren
Materialen
Roestvast staal
- Door de zuurstoftoevoer wordt een chroomdioxidelaag gevormd (passieve laag), die tegen corrosie beschermd
- Wanneer de passieve laag wordt beschadigd, bijv. door insnijden, dan wordt deze door verdere zuurstoftoevoer weer hersteld

- Materialen, afhankelijk van de samenstelling van de legering:
- A2:
- 1.4301 (AISI 304)
- 1.4303 (AISI 305/308)
- 1.4310 (AISI 301)
- 1.4567 (AISI 304Cu)
- A4:
- 1.4401 (AISI 316)
- 1.4404 (AISI 316L)
- 1.4435 (AISI 316L)
- 1.4571 (AISI 316Ti)
- 1.4578
- A5:
- 1.4529
- 1.4547
- 1.4462
- A2:
- Norm: EN 10088
- Corrosiviteitscategorie conform DIN EN ISO 12944-2:
- A2: tot C3
- A4: tot C5
- A5: tot CX
- Overzicht van de belangrijkste legeringselementen
| Element | Eigenschappen in staal |
| Nikkel |
|
| Molybdeen |
|
| titanium |
|
| Stikstof |
|
Corrosiecategorieën conform NEN-EN-ISO 12944-2:2018
| Corrosiecategorie | Oppervlakgerelateerd massaverlies/dikte-afname (na het eerste jaar opslag) | Voorbeeld typische omgevingen (alleen ter informatie) | ||||
|---|---|---|---|---|---|---|
Ongelegeerd staal | Zink | Buiten | Binnenruimte | |||
| Massaverlies g/m² | Dikte-afname µm | Massaverlies g/m² | Dikte-afname µm | |||
| C1 niet van belang | ≤ 10 | ≤ 1,3 | ≤ 0,7 | ≤ 0,1 | – | Verwarmde gebouwen met neutrale atmosfeer, bijv. kantoren, showrooms, scholen, hotels |
| C2 gering | > 10 tot 200 | > 1,3 tot 25 | > 0,7 tot 5 | > 0,1 tot 0,7 | Atmosferen met geringe vervuilingsgraad: meestal landelijke gebieden | Niet verwarmde gebouwen, waar condens kan optreden, bijv. magazijnen, sporthallen |
| C3 matig | > 200 tot 400 | > 25 tot 50 | > 5 tot 15 | > 0,7 tot 2,1 | Stedelijke en industriële atmosferen met matige zwaveldioxide belasting; kust atmosferen met geringe zoutbelasting | Productieruimten met hoge luchtvochtigheid en een zeker luchtverontreiniging, bijv. installatie voor levensmiddelenproductie, wasserijen, brouwerijen, zuivelbedrijven |
| C4 sterk | > 400 tot 650 | > 50 tot 80 | > 15 tot 30 | > 2,1 tot 4,2 | Industriële atmosferen en kust atmosferen met matige zoutbelasting | Chemische installaties, werven en havens aan de kust |
| C5 zeer sterk | > 650 tot 1500 | > 80 tot 200 | > 30 tot 60 | > 4,2 tot 8,4 | Industriële omgeving met hoge luchtvochtigheid en agressieve atmosferen en kust atmosferen met hoge zoutbelasting | Gebouwen of gebieden met nagenoeg constante condensatie en met sterke verontreinigingen |
| C X extreem | > 1500 tot 5500 | > 200 tot 700 | > 60 tot 180 | > 8,4 tot 25 | Offshore-omgeving met hoge zoutbelasting en industriële omgeving met extreme luchtvochtigheid en agressieve atmosferen en subtropische en tropische atmosferen | Industriële omgeving met extreme hoge luchtvochtigheid en agressieve atmosferen |
Typische omgevingen en geadviseerde oppervlakken/materialen
Zinkafname: < 0,1 µm/a | |
|---|---|
Voorbeelden voor typische omgevingen | |
Buiten | Binnen |
Geadviseerde oppervlakken/materialen | |
Galvanisch verzinkt (G) | |
Laagdikte: 2,5 – 10 µm | |

Zinkafname: > 0,1 tot 0,7 µm/a | |
|---|---|
Voorbeelden voor typische omgevingen | |
Buiten | Binnen |
Geadviseerde oppervlakken/materialen | |
Bandverzinkt (FS)/ zink-aluminium-legering (DD) | |
Laagdikte: ca. 20 µm | |

Zinkafname: >0,7 tot 2,0 µm/a | |
|---|---|
Voorbeelden voor typische omgevingen | |
Buiten | Binnen |
Geadviseerde oppervlakken/materialen | |
Thermischverzinkt (FT)/roestvast staal A2 | |
Laagdikte: ca. 40 – 60 µm | |

Zinkafname: 2,0 tot 4,0 µm/a | |
|---|---|
Voorbeelden voor typische omgevingen | |
Buiten | Binnen |
Geadviseerde oppervlakken/materialen | |
Roestvast staal A2 | |
Ernstig roestend | |

Zinkafname: 4,0 tot 8,0 µm/a | |
|---|---|
Voorbeelden voor typische omgevingen | |
Buiten | Binnen |
Geadviseerde oppervlakken/materialen | |
Roestvast staal A4 | |
Toegestane zuurbestendigheid | |

Zinkafname: 8,0 tot 25 µm/a | |
|---|---|
Voorbeelden voor typische omgevingen | |
Buiten | Binnen |
Geadviseerde oppervlakken/materialen | |
Roestvast staal A5 | |
Bovendien hoge sterkte | |

Aanvullende informatie

Het passende kabeldraagsysteem vinden
Hoe kiest men het juiste kabeldraagsysteem voor een installatieproject? Wij laten u zien, waarom bijvoorbeeld kabelvolume en kabellast belangrijke criteria zijn.

Windbelastingen: daarmee moet bij het ontwerpen rekening worden gehouden
Wind kan een echte test zijn bij de installatie. Hier ontdekt u, hoe u kabeldraagsystemen betrouwbaar beveiligt tegen windbelastingen.

IEC 61537:2006 – Eisen voor kabeldraagsystemen
Aan welke eisen moeten kabeldraagsystemen voldoen? De productnorm IEC 61537:2006 legt duidelijke normen vast voor belastbaarheid, veiligheid en markering.

Beproefde kwaliteit – overzicht certificaten, normen en keurmerken
Van ISO tot en met UL: ontdek, welke certificaten en keurmerken de kwaliteit en veiligheid van onze kabeldraagsystemen nationaal en internationaal bevestigen.

Beveiligt tegen storingen: EMC-afschermingsdemping bij kabeldraagsystemen
Elektromagnetische storingsvelden kunnen uitval van complete installaties veroorzaken. Magnetische afschermingsdemping door passend geïnstalleerde kabelinstallatiesystemen zorgt voor bescherming.