Windbelasting en windbelastingbeveiliging: ontwerphulp voor kabeldraagsystemen

Windbelastingen behoren tot de klimatologische invloeden op bouwwerken en bouwdelen. Deze krachten kunnen zowel horizontaal als verticaal werken en kunnen de stabiliteit en integriteit van gebouwen en technische installaties aanzienlijk beïnvloeden. De kacht van de respectieve windbelastingen moet voor elk bouwproject afzonderlijk door de bouwer worden beoordeeld en is afhankelijk van vele factoren. Daarbij horen bijvoorbeeld: locatie, windrichting, oppervlakken, vorm van het dak en grote en afmetingen van het betreffende gebouw.

 

Regio's met overeenkomstige omstandigheden worden conform de EN 1991-1-4 al windbelastingszone gedefinieerd. In combinatie met de bijbehorende nationale bijlage bepaalt deze Europese norm (ook Eurocode genoemd) fundamentele parameters voor het bepalen van de invloeden van natuurlijke wind op gebouwen en civieltechnische constructies. De nationale bijlagen bevatten de geldende bepalingen naast de Eurocode-regelingen , die tot nu toe in nationale normen waren vastgelegd.

ZoneWindsnelheid in m/sSnelheidsdruk in kN/m²
122,50,32
225,00,39
327,50,47
430,00,56

Basissnelheid en snelheidsdruk

Terreincategorie (GK)Definitie
Terreincategorie 1Open water, zee met minstens 5 km open gebied in de windrichting en glad, vlak land zonder obstakels
Terreincategorie 2Terrein met heggen, individuele boerderijen, huizen of bomen, bijv. landbouwgebieden
Terreincategorie 3Voorsteden, industriële of commerciële gebieden en bossen
Terreincategorie 4Stedelijke gebieden waarbij tenminste 15% van het oppervlak is bebouwd met gebouwen met een gemiddelde hoogte van meer dan 15 m

Terreincategorie conform DIN EN 1991-1-4/NA

Toepassing van deksels in buitenopstelling: rekening houden met externe mechanische krachten

Bij de buiteninstallatie van deksels moet erop worden gelet, dat deze aan externe mechanische krachten worden blootgesteld. Daarbij horen bijvoorbeeld wind, sneeuw en water. Met deze extra belastingen wordt door de internationale norm DIN EN 61537 geen rekening gehouden en daarom moet deze voor elk bouwproject afzonderlijk worden beoordeeld. De verantwoordelijkheid daarvoor ligt bij de installateur. Zijn beoordeling vormt de basis voor extra veiligheidsmaatregelen, die bedoeld zijn om een permanent stabiele en veilige elektrotechnische installatie te waarborgen.

Bij de toepassing van deksels in buitenopstelling onder verhoogde windinvloeden bestaat het gevaar, dat deze door de verschillende drukverhoudingen worden opgetild. Er moeten passende veiligheidsmaatregelen worden genomen om mogelijke schade te voorkomen en gevaren te minimaliseren.

OBO levert vele oplossingen die ook bij krachtige wind extra bevestiging waarborgen. De keuze van het passende systeem is daarbij afhankelijk van zowel het specifieke bouwproject als van de locatie. Wij adviseren u graag.

Zo lukt de beveiliging ook bij hogere windbelasting

Voor een weerbestendige bevestiging van deksels en ter bescherming tegen windbelasting kunnen verschillende metaal- en spanbanden worden gebruikt. Deze garanderen een bijzonder robuuste en stevige bevestiging, ook bij krachtige windbelasting. OBO levert daarvoor onder andere de volgende oplossingen:

 

Spanbanden

Het Spanband SBR van verzinkt staal, roestvast staal of met kunststof mantel is extreem robuust en slijtvast. Het is op treksterkte (kN) afhankelijk van het materiaaldikte getest en in verschillende kleuren leverbaar. De breedtes van 8 en 15 mm maken een flexibele aanpassingaan verschillende kabelgoten, kabelleiders en kabelvolumes mogelijk. Met behulp van de passende spanbandsluitingen SBV en spantang 576 kunnen de spanbanden eenvoudig, snel en betrouwbaar worden geïnstalleerd.

Metalen bandklemmen

De Bandklemmen MBS van metaal en met kogelsluiting zorgen voor een betrouwbare fixatie die zelfs standhoudt bij hoge temperaturen en zware weersomstandigheden. Met breedtes van 7,9 en 12 millimeter en verschillende vaste lengten zijn vele toepassingen mogelijk. DeProductcategorie spantank MBS-Z linkmet geïntegreerd snijmechanisme zorgt voor een nauwkeurige en efficiënte installatie.

Installatieprincipes platdakmontage

Onze afbeeldingen tonen de platdakmontage van de Draadgoot GRM (links) en de platdakmontage van de ongeperforeerde Kabelgoot MSKMU (rechts).

Montagehulp platdakmontage draadgoot GRM

UniBase 6 plaatsen

 

De UniBase 6 Plaatsen conform het dakbezettingsplan en leg indien nodig de bouwbeschermingsmat UniBase BSM onder de standvoeten. De maximale steunafstanden tussen de standvoeten is 1,5 m.

 

Ballast van de UniBase 6

 

De standvoet UniBase 6 wordt met standaard straatstenen maat (lengte x breedte x hoogte) 10x20x6 cm verzwaard.

 

Draadgoot GRM plaatsen

 

De Draadgoot GRM wordt op de universele standvoet UniBase 6 zonder schroeven met behulp van de adapter type 165 MBG HGRM bevestigd.

 

Deksel DGRR monteren en fixeren

 

De Draadgootdeksel DGRR op de draadgoot klikken en met deProductcategorie metaalbandklemmen MBS linkfixeren.

Statische voorbeeldberekening kabelinstallatie op het dak

Uitgangspunten berekening

Afstand UniBase

Bij het plaatsen van kabelbevestigingssystemen, bijvoorbeeld op de UniBase universele voet, moet ervoor worden gezorgd dat het oplegvlak overeenkomt met de volledige breedte van het geplaatste systeem. Zo wordt een gelijkmatig lastverdeling gewaarborgd en de stabiliteit bij windbelasting verhoogd. In het volgende statische rekenvoorbeeld bedraagt de afstand tussen de afzonderlijke UniBase-elementen 0,6 meter.

Aantal dekselklemmen

Per 3 meter deksel moeten minstens 6 dekselklemmen gemonteerd worden.

Afstand metalen bandklemmen

Voor de afstand van metalen bandklemmen wordt het volgende geadviseerd: drie klemmen per deksel , telkens bij 500, 1500 en 2500 mm.

Gebruikte systeemcomponenten

Artikelnr.TypeOmschrijving
5403391UniBase 6Universele standvoet, ballast – stenen tot 6 cm
6047655RKSM 630 FTKabelgoot RKSM Magic, met snelkoppeling
3191032OTSP 6,0x40 A4Spaanplaatschroef, panhead, Torx TX 25
6052656DRLU 300 DDDeksel ongeperforeerd, voor kabelgoot en kabelladder
6052810DK DRLU A2Dekselklemmen, voor deksels zonder perforatie.
7203111MBS 100 A2Bandklem
Formule voor aantonen van de stabiliteit (glijden + omhoog komen):

Wh x γQ ≤ (Gstab x γstab-Wvh x γQ ) x μ

 

Benamingen

Wh     Karakteristieke windkracht horizontaal

Wvh   Karakteristieke verticale windkracht voor bewijs van opstijgen

Gstab Stabiliserende gewichtskrachten

YQ      Gedeeltelijke veiligheidsfactor voor windbelasting

Ystab Gedeeltelijke veiligheidsfactor voor windbelasting

µ       Wrijvingscoëfficiënt

Berekening van de windkracht horizontaal op de kabelgoot

Eerst wordt de winddruk berekend, die horizontaal op de zijwand van de kabelgoot inwerkt. De druk wordt berekend door de windvlaagdruk, de zijhoogte, de krachtcoëfficiënt, de veiligheidsfactor en de steenafstand met elkaar te vermenigvuldigen.

 

Wh1 x yQ = 0,5 kN/m2 (windvlaagdruk) x 60 mm (zijhoogte) x 1,0 (krachtcoëfficiënt) x 1,2 (veiligheid) x 0,6 m (afstand UniBase) = 21,6 N

Berekening van de invloed op de ballaststeen

Voor de berekening van de invloed van de windbelasting op de ballaststeen worden de steenbreedte/-hoogte met de windvlaagdruk, een krachtcoëfficiënt en de veiligheidsfactor met elkaar vermenigvuldigd.

 

Wh2 x γQ = 372 mm (steenbreedte) x 80 mm (steenhoogte) x 0,5 kN/m2 (windvlaagdruk) x 2,1 (krachtcoëfficiënt) x 1,2 (veiligheid) = 37,5 N

Berekening systeemgewicht

Bij de berekening van het totaalgewicht van het systeem inclusief kabelgoot, deksel en ballaststeen wordt rekening gehouden met de zwaartekrachtversnelling en een veiligheidsfactor.

 

Gstab x γstab = (6,12 kg/m (goot + deksel) x 0,6m (steenafstand) + 10 kg (steengewicht) ) x 9,81 m/s2 (zwaartekrachtversnelling) x 0,9 (veiligheid) = 120,7 N

Ophefbelasting bepalen

Om de ophefbelasting te bepalen, wordt eerst de lengte bepaald die aan de wind wordt blootgesteld, bestaande uit de afstand tussen de stenen en de breedte van de stenen. Door vermenigvuldiging resulteert dan het oppervlak met windbelasting. Samen met de windsnelheid, krachtcoëfficiënt en de veiligheidsfactor wordt zo de opwaartse windbelasting berekend.

 

Wvh x γQv = (0,6 m (steenafstand) – 372 mm (steenbreedte)) x 300 mm (gootbreedte) x 0,5 kN/m2 (windsnelheid) x 0,5 (krachtcoëfficiënt verticaal) x 1,2 (veiligheid) = 20,5 N

Stabiliteitsbewijs

Eerst wordt het totaal van de horizontale windkrachten bepaald. Het systeemgewicht minus de eerder bepaalde ophefbelasting met wrijvingscoëfficiënt geeft de maximaal mogelijke stabiliserende kracht. Zo kan uiteindelijk worden vastgesteld, of de stabiliteit is gewaarborgd.

 

Wh1 x γQ + Wh2 x γQ ≤ (Gstab x γstab – Wvh x γQv) x µ 
21,6 N + 37,5 N < (120,7 N – 20,5 N) x 0,6 (wrijvingscoëfficiënt µ) 
59,1 N < 60,1 N ➨ bewijs geleverd

Voorbeeld voor nationale normen omtrent wind- en sneeuwbelasting

Algemene belastingen - windbelasting

 
Europa:EN 1991-1-4
Duitsland:NEN-EN 1991-1-4
België:NBN EN 1991-1-4
Oostenrijk:ÖNORM B 1991-1-4
Nederland:NEN-EN 1991-1-4
Zwitserland:SIA 261
Spanje:CTE DB SE-AE
USA:ASCE/SEI 7-16; ASCE/SEI 7-22
India:IS 875-3

Algemene belastingen - Sneeuwbelasting

Europa:EN 1991-1-3
Duitsland:NEN-EN 1991-1-3
België:NBN EN 1991-1-3
Oostenrijk:ÖNORM B 1991-1-3
Nederland:NEN-EN 1991-1-3
Zwitserland:SIA 261
Spanje:CTE DB SE-AE
USA:ASCE/SEI 7-16; ASCE/SEI 7-22
India:IS 875-4

Heeft u vragen over het onderwerp? Wij helpen u graag verder!